Intredepreek Cothen 13 mei 2018 - ds. H.J. Steinvoort

Lezingen: Prediker 11 : 1 – 6 en Johannes 2 : 23 – 3 : 16


Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters en broeders, gasten, vriendinnen en vrienden.

Herinnert u zich nog de waarschuwingszin van vroeger, onder reclames over beleggingen in aandelen en andere financiële producten? ‘Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’ Een aantal jaren geleden kwam daar een nieuwe zin voor in de plaats: ‘Loop geen onnodig risico. Lees de financiële bijsluiter.’ Het lijkt alsof die nieuwe zin verwijst naar de Nieuwe Bijbelvertaling van Prediker. Want daaruit hoorden we lezen: ‘Bewaar je brood in zeven delen, zelfs in acht, want je weet niet welke ramp de aarde treffen zal’.

Misschien is dat beeld helemaal zo gek nog niet: de Bijbel als Gods bijsluiter bij het leven, waarin wordt uiteengezet waarvoor het leven is bedoeld, wat het doel van het leven is en wat de risico’s zijn. Zoals: ‘Wie altijd op de wind let, komt nooit aan zaaien toe; wie altijd naar de wolken kijkt, komt nooit aan maaien (of: oogsten) toe.’ Hier in Cothen weet u beter dan de stadse mensen uit het westen van het land, dat de kwaliteit van het werk vaak niets te maken heeft met het resultaat ervan. Dat resultaat wordt bepaald door andere, externe factoren, zoals de natuur. Boeren en fruittelers hebben wat dat betreft geen zekerheid.

Prediker verschaft geen gevoel van veiligheid. Je kent de wegen van de wind niet, evenmin als de toekomst. De wind moet niet worden nagejaagd, want de wind is niet te vangen. Bij Prediker staat het leven van nu centraal. Het leven waar we op zijn tijd als een gave van mogen genieten, zoals vandaag hier in Cothen. Het leven dat ons ook kan doen verbazen of zelfs verdriet kan doen, wanneer het anders loopt dan we graag willen. Maar, ondanks het verdriet, kan - zelfs in ellende - het werk van God worden ervaren. Prediker laat ons zien dat we in vertrouwen op God ons onbeheersbare leven kunnen aanvaarden.

In Johannes’ weergave van het gesprek van Jezus met Nikodemus bouwt Jezus verder op het beeld van de wind dat Prediker gebruikt. ‘De wind waait waarheen hij wil.’ Zoals de wind niet is te vangen, is ook de geest, dat is Gods heilige Geest, niet te vangen. Dat is niet een spel met verschillende woorden, want in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, wordt voor de wind en de geest hetzelfde woord gebruikt: ‘pneuma’. Het gaat Jezus volgens Johannes om de betekenis van de pneuma voor het leven van iedere mens, niet alleen voor het leven van Nikodemus, maar ook voor dat van u, van jullie en van mij.

Nikodemus komt naar Jezus toe in de nacht. Dat is in dit geval niet een neutrale tijdsaanduiding, maar het geeft de kwaliteit van de tijd aan, de soort tijd waarin Nikodemus zich – volgens Johannes - bevindt. Nikodemus komt bij Jezus met de woorden: ‘Wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is’, maar de wondertekenen die hij Jezus heeft zien verrichten, kan Nikodemus niet duiden. Het vervolg van het gesprek laat zien dat Nikodemus eigenlijk niets weet. Alles wat Jezus zegt, is hem duister. Duister als de nacht. Zo onderstreept Johannes de tegenstelling tussen het licht en de duisternis, tussen Jezus enerzijds en anderzijds Nikodemus als representant van de mensen die de wonderen van Jezus niet begrijpen.

Jezus is het licht van de wereld, licht dat geen duisternis kan doven. Jezus kwam als ‘het licht’ in de wereld, maar de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, schrijft Johannes kort na de passage die werd gelezen. Nikodemus ziet het koninkrijk van God niet, hij kàn het niet zien. Om het te kunnen zien is nodig dat de mens uit God, van boven, dat wil zeggen: opnieuw, geboren wordt. Dat de mens zich open stelt voor het licht van Christus. Alleen dan kan een mens het koninkrijk van God binnengaan. Of, anders gezegd, eeuwig leven hebben.

Eeuwig leven staat voor ‘de goddelijke werkelijkheid’, de werkelijkheid van de relatie tussen God de Vader en Jezus Christus als zijn Zoon. Die relatie staat open voor participatie door de mens, zo wordt verderop bij Johannes (14:19-20) duidelijk, als hij uit de mond van Jezus in verband met Pasen en Hemelvaart optekent: ‘Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie zullen leven. Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben.’ Einde citaat van Jezus bij Johannes.

Jezus zet de poort naar de hemelse werkelijkheid open. Wanneer de wonderen die Jezus heeft gedaan, als tekenen een deur tot inzicht en geloof worden, ontvouwen die wonderen hun ware, hemelse betekenis. De mensen die zo tot inzicht en geloof komen, worden opnieuw geboren, uit water en geest. Zij zijn daarmee geboren uit de geest, en daardoor geestelijk. Door de wondertekens van Jezus in geestelijke zin te verstaan en te begrijpen en daarnaar te handelen, participeren we als kerk aan die hemelse werkelijkheid en helpen we mee op aarde gestalte te geven aan Gods koninkrijk, als levend lichaam van Jezus Christus. Dat is onze opdracht, ook hier in Cothen, als protestantse gemeente die deel uitmaakt van de wereldwijde kerk.

De pneuma waait waarheen hij wil. Dat geldt zowel voor de wind als voor de geest. Dit wordt vaak geciteerd om te zeggen dat Gods heilige Geest niet te vangen is. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is, voegt Jezus eraan toe in zijn antwoord op de tweede vraag van Nikodemus. Daarmee zegt Jezus dat de mens die geboren is uit de Geest, niet meer te vangen is. Die mens is vrij. Zijn oorsprong is niet meer menselijk, maar uit de geest, en daarmee ligt zijn identiteit niet meer ‘beneden’, maar ‘boven’.

Door te geloven in Jezus, door zijn wonderen te begrijpen als tekenen van het koninkrijk van God, zullen we eeuwig leven hebben, zo belooft Jezus. Dat koninkrijk van God is deze wereld omgekeerd. Waarin niet het recht van de sterke geldt, maar waarin ieder mens tot zijn recht kan komen. Als kerk geloven we dat het resultaat in het verleden van de verhoging van Jezus aan het kruis, zijn kruisdood, wel degelijk een garantie is voor de toekomst. De toekomst van het eeuwig leven waarin wij mogen en kunnen participeren aan de hemelse werkelijkheid die wordt vormgegeven door God lief te hebben en de naaste als onszelf.

Amen.